Stolpersteine Zwolle


Zeventien Stolpersteine onthuld op 28 juni 2019 - 28- 6- 2019

Op vrijdagmiddag 28 juni kwamen, voorafgaande aan de onthulling van zeventien Stolpersteine voor zes huizen in Assendorp, ruim vijftig familieleden en andere betrokkenen bijeen in het Dominicanenklooster. Zij werden verwelkomd door Jaap Hagedoorn, voorzitter van de Stichting Zwolse Stolpersteine.

Namens het Zwolse gemeentebestuur sprak vervolgens wethouder Michiel van Willigen. Stolpersteine tillen – zo benadrukte hij in zijn persoonlijk getinte toespraak - de vermoorde Joodse stadgenoten uit de abstractie van de geschiedenisboeken. Ze krijgen een naam, een plek, een verhaal. Niet alleen op straat, maar ook in ons hart en in onze beleving. De gedenkstenen verbinden ieder van ons individueel in gedachten en gevoelens met het verleden, met de mannen, vrouwen en kinderen die in de Holocaust omgebracht werden. De Stolpersteine laten ons stil staan. Het is een groot goed dat wij daarna in vrijheid kunnen voortgaan.

  

Dan Katz kwam uit Israël over voor de herdenking van zijn tante Hilde Goldstein, haar man Henri Gerhard de Levie en hun dochtertje Judith Rozaline, Eigenhaardstraat 9A. Hier woonde ook de Duits-Joodse vluchtelinge Martha Emilie Geldmacher.
Uit familieherinnering vertelde hij over de vernietigde wereld van de Joodse families die voor de Tweede Wereldoorlog met behoud van hun Joodse identiteit nauw verbonden waren met de Midden-Europese cultuur en samenleving. Het gezin van zijn grootvader van moederszijde, Isaac Goldstein, telde twaalf kinderen van wie er drie ten onder gingen in de Sjoa. De overlevenden raakten in diaspora verspreid over de hele wereld. Dan Katz beschreef hoe de Sjoa het leven en denken van zijn moeder en haar generatiegenoten heeft beïnvloed en hoe dat nog steeds doorwerkt in zijn eigen bestaan.

Peter Riemersma onderzocht de lotgevallen van het echtpaar Erich Max en Hedwig Rosenthal-Neustädter en hun zoon Karl, Begoniastraat 2, van Adolf en Sophie Neustädter-Epstein, Hortensiastraat 61, en van Otto Rosenthal, Van der Laenstraat 61. Hun Stolpersteine zijn sprekende getuigenissen van de vooroorlogse ontwikkelingen in Duitsland en de individuele lotgevallen van deze Duits-Joodse vluchtelingen voor én na hun komst naar Zwolle.

Riemersma verdiepte zich breder in de geschiedenis van de ruim 15.000  Duits-Joodse vluchtelingen in Nederland. Daarbij las hij over de politieke én maatschappelijke onwil om de grenzen open te houden, over weerstand om voorzieningen te scheppen en geld vrij te maken voor opvang en hulp en over het wijzen naar de Joodse Nederlanders: lossen jullie dit probleem maar op, over selectie wie wel en wie niet toegelaten mocht worden en over de rare angst dat onze economie schade zou lijden. En het ergste van alles: de onverschilligheid.

                           

Rudolf Koning toonde een schilderij dat hij vijf jaar geleden maakte. Het heet gedachte aan de familie Rosenthal. Het stelt voor een memobriefje geplakt op een transportlorrie. Dergelijke lorries werden gebruikt werden in kamp Westerbork. Een soort Stolperstein in briefvorm. Op het briefje heb ik de namen geschreven van Erich Max, Hedwig en Karl. Alsof ik ze en berichtje kon sturen. Natuurlijk kan dat niet. Het geeft wel aan dat ze hier waren en geleefd hebben.

Piet den Otter ten slotte gaf een biografische schets van de families Zwart-Hartog en Khan-van Holland, Molenweg 123 resp. 247. Zoals zo veel andere Joodse Zwollenaren zijn zij van aardbodem weggevaagd zonder dat er veel sporen van hen zijn achtergebleven. De route naar hun ondergang is wel weer goed te volgen. Het proces van stigmatisering, uitsluiting en uiteindelijk deportatie en vernietiging van het Joodse volksdeel is door de nazi’s nauwgezet administratief ondersteund. Een mens gaat altijd twee keer dood, de tweede keer als hij vergeten wordt, aldus het Joodse gezegde.

Nooit is voor de slachtoffers een grafteken opgericht. Hun as ligt op anonieme plekken in en bij de vernietigingskampen. Met de Stolpersteine zijn hun namen zijn vanaf nu weer zichtbaar. Ze verdwijnen niet anoniem in de geschiedenis. Ze zijn niet vergeten.

Kamerkoor Hera zorgde onder leiding van Ragna Wissink voor passende muzikale omlijsting door het zingen van drie liederen: Der Opschijd (Ivan Fischer), Var inte rädd för mörkret (Karin Rehnqvist), Do not stand at my grave and weep (Robert Prizeman).

                               

Na het Kaddisj door Jaap Cyclik zijn in een rondgang door Assendorp de Stolpersteine onthuld.

         

    

    

Lees hier de toespraak van Michiel van Willigen.

Lees hier de toespraak van Peter Riemersma.

Lees hier de toespraak van Rudolf Koning.

Lees hier de toespraak van Piet den Otter. 

Lees hier de toespraak van Eef Lopez Salzedo van der Laan.


De foto's zijn gemaakt door Ineke Walrave.